Wat vroege selectie doet met kinderen die opgroeien in armoede

In Nederland worden kinderen al op 11-jarige leeftijd geselecteerd voor het voortgezet onderwijs. Ze krijgen een schooladvies, maken de doorstroomtoets, en daar volgt dan uit of ze naar het vmbo, de havo of het vwo kunnen. Voor de vergelijking: de meeste landen selecteren kinderen pas op 15-jarige leeftijd.


Wetenschappelijke onderzoeken laten zien dat hoe vroeger je selecteert, hoe groter de kans is dat er kansenongelijkheid ontstaat. Want hoe eerder je selecteert, hoe groter de rol is van de thuissituatie van het kind. Voor kinderen die opgroeien in armoede pakt dat extra hard uit. Zij hebben vaak al vóór de basisschoolleeftijd een achterstand in rekenen en taal ten opzichte van kinderen uit hoge-inkomensgezinnen. Een verschil dat tijdens de basisschool niet wordt ingehaald.

Armoede beïnvloedt prestaties op school
Onderzoek laat zien dat in landen waar vroeg geselecteerd wordt, er grotere onderwijsongelijkheid en sterkere sociale scheiding ontstaat tussen leerlingen in het voortgezet onderwijs. Landen die later selecteren blijken beter in staat om die verschillen tussen arme en welvarende leerlingen te verkleinen, zonder dat de gemiddelde prestaties daaronder lijden.

Armoede werkt op een cumulatieve manier door in het leren van kinderen, de effecten van armoede stapelen zich op. Een kind met geldzorgen thuis, heeft vaker te maken met stress, onzekere huisvesting of ouders die weinig tijd hebben om mee te helpen met school. Dat kind wordt vervolgens beoordeeld op een moment waarop die achterstand nog volop meespeelt.

Lees het artikel hier of word abonnee en krijg toegang tot alle artikelen van OnzeJeugd.NU op de kennisbank sociaaldigitaal.nl.